Een portret van Mari Boine

Mari Boine werd op 8 november 1956
geboren in Gamehisnjarga bij Karasjok. Ze heeft een opleiding als
lerares gevolgd aan de Hogeschool in Alta en heeft twee volwassen
zonen. Sinds 1985 is zij full time artiest.
Als ze haar muziek niet had gehad zou
Mari Boine misschien nog steeds bezig zijn om de dingen om haar heen
stuk te maken. De demonen uit haar verleden hadden vat op haar kunnen
krijgen en de enorme angst had haar kapot kunnen maken.
“Hallo,” zegt Mari Boine en houdt
haar handen rond het tengere, ernstige gezicht. Daar komt de
bevrijdende lach. Haar bruine ogen beginnen te bewegen. Er gebeurt
iets met haar.
“Ik heb geleerd “small talk” te
gebruiken. Ik weet hoe ik met mensen moet praten. Ik heb geleerd om
over gordijnen en kapsels te praten. Vroeger was ik een geest die
rondzweefde. Ik paste nergens tussen. Ik was ver weg in het
universum, plotseling ben ik hier, in deze wereld. The world! Ik voel
dat ik nu een balans heb gevonden tussen het geestelijke en de
werkelijkheid.” Ze is gelukkig. “De oude angst die ik altijd
achter me aan had is eindelijk verdwenen. Het afgelopen jaar. Dat is
zo heerlijk. Ik wordt nu 50. Ik heb zo'n goed gevoel.”
Mari Boine is terug. Een nieuwe CD, een
nieuw, makkelijker leven. Maar nog steeds in het zwart gekleed. Ze
heeft gezegd dat ze zonder de muziek een psychiatrische patiënt
had kunnen zijn. Ze zou misschien nog steeds bezig zijn geweest om
dingen om haar heen kapot te maken. Met borden gooien... Ze wilde
niet gezien of gehoord worden, niet opgemerkt worden. Ze was
a-sociaal. Ze pendelde tussen somberheid, eindeloos pessimisme en
hoop op betere tijden.
Mari Boine groeide op in het kleine
Samische dorp Gamehisnjarga bij Karasjok, helemaal bij de grens met
Finland. Er stonden slechts tien huizen. Ze spreekt zacht. “Toen ik
werd geboren ging ik bijna dood. Ik had kinkhoest. Mijn vader droeg
mij, ik dreigde voortdurend te stikken en dood te gaan. En toen ik
zes was was ik bezig in een beekje te verdrinken. Mijn broer kon me
redden. Het was in de lente. Er lag veel sneeuw en ijs op de beek. Ik
was bezig eronder te verdwijnen. Maar hij kon me te pakken krijgen.
Eigenlijk had ik aan gene zijde kunnen zijn.”
Ze
lacht. Het is een merkwaardig moment
om te lachen, maar ze lacht. De jonge Mari ging stiekem naar de
bioscoop. Ze zat daar in het donker en was bang dat haar fanatieke
christelijke vader de deur open zou trappen en zou roepen: “Kom
uit dit helse huis vandaan.” Dansen, je opmaken en lachen waren
zonde.
De vijf broers en zusters hielden om de beurt de wacht terwijl ze
stiekem naar de radio luisterden.
“Mijn vader was zo streng. Op een dag
praatte mijn muziekleraar met mijn vader. “Alstublieft, meneer
Boine, mogen uw dochters meedoen met de schoolconcerten. Vooral Mari
heeft zo'n muzikaal talent.” Vader zei: “Geen sprake van.”
Later kwam hij nooit om me te horen zingen. Ik ben erg blij dat mijn
ouders me de gelegenheid gaven om de dagelijkse psalmen te zingen,
maar ik mocht niet naar muziek luisteren. Een broertje van me had een
platenspeler. Stiekem luisterden we naar Creedence Clearwater
Revival, Monkeys, Elvis. Maar wat ik me het best herinner was Otis
Redding. Sitting on the dock of the bay. Ah. Dat nummer midden in de
wildernis van Finnmark.
De ernst haalt haar opnieuw in. Haar
gezicht, dat er vele jaren jonger uitziet dan 49, verstijfd. Ik heb
een verschrikkelijke erfenis van Læstadius. Ik groeide op met
de gedachte dat het laatste oordeel net om de hoek was. Dat maakt dat
als ik een fijne dag heb, zoals nu, dat ik denk dat de straf het
volgende ogenblik zal komen. Het kost veel tijd om zoiets kwijt te
raken. Maar ik begin vrijer te worden.”
Mari stopt en verheft haar stem. “Ik
heb geen zin meer om over mijn ellendige jeugd te praten. Ik heb een
krachtige geschiedenis. Maar ik wil verder. Daar ligt het, de blues.
Ik heb me ermee verzoend. Ik geloof de mensen die zeggen dat je in
de familie geboren wordt die je nodig hebt. Omdat je je moet
ontwikkelen. Ik zou alleen graag willen dat ik mijn ouders zou kunnen
ontmoeten als degene die ik nu ben. Maar er zijn verschillende
dimensies...”
Bedoel je dat je je overleden ouders
ontmoet? “Ja, ik geloof dat je met de doden kunt communiceren. Ik
doe dat af en toe, maar daar kun je immers niet over praten, omdat je
dan opgesloten wordt.” Ze schatert het uit. “Ik ben ontzettend
blij dat ik uit een cultuur kom waar dit normaal is geweest. Het
geestelijke en het dagelijkse gaan bij ons hand in hand. In de Noorse
samenleving is het geestelijke voor de zondag, in de kerk.”
Mari is bijna op de bodem van haar
eerste glas rode wijn. Ze bloost op de al rode wangen. “Wil je nog
een glas wijn?” “Dan word ik dronken. Dat wordt dan een
schandaal. Misschien een thee. Mag ik trouwens even wat gaan roken?
Ik ben een van die dommeriken die 18 jaar gestopt zijn en daarna weer
zijn begonnen.”
Als ze terugkomt bestelt ze nog een
glas wijn. “Kan ik ook iets te eten bestellen? Ik heb honger.
Zeebaars is zo lekker.” Mari Boine eet haar vis en vertelt over de
pijn van haar leven. “Ik ben niet altijd een moeder geweest die er
steeds was. Mijn zonen hebben daar de prijs voor betaald. Soms heb je
geen keus. Het is nu eenmaal zo.”
Ooit heette ze Mari Boine Persen.
Twaalf jaar was ze getrouwd met de Samische Åge. Ze kregen
samen twee kinderen. In 1991 vertrok Mari naar Oslo. Haar zonen
groeiden op bij de vader in Billefjord in Porsanger. Mari kijkt naar
haar bord en wordt stil. “Waar wonen je zonen nu?” “De ene
woont in Finnmark, de andere in Tromsø. Ze zijn 22 en 29. We
hebben tegenwoordig een goede relatie. Ik troost me met de gedachte
dat het beter voor hun was een moeder te hebben die er af en toe was
en in balans was, dan een die thuis zat en het hoofd tegen de muur
sloeg uit angst en ongenoegen.”
Ze zegt dat haar geweten geknaagd
heeft. “Maar ik verheug me erop om oma te worden. Ik geloof dat ik
net zo wordt als mijn oma. Ze was ontzettend warm, maar kon bij
onrechtvaardigheid razend worden. Ik denk dat ik dat van haar heb. Ze
was een mens. Middenin het politiek correcte christendom was ze een
verademing. Ze is nu dood, maar ik praat met haar en vraag haar om
raad.”
In februari 1981 reizen jongeren uit
het hele land naar een rivier in Alta. Noorwegen moet haar bronnen
benutten, er moeten dammen in de rivieren komen om het land energie
te verschaffen. Op de Hogeschool in Alta lacht Mari om iedereen die
actie voert. Ze hoopt dat de anderen niet zullen weten dat ze Same
is. Ze draagt een schande met zich mee. Ze wel weg uit het Samische
en Noors worden.
Als Mari haar eerste zoon krijgt
spreekt ze alleen maar Noors met hem. Dan gebeurt er iets. “Het was
net alsof een oude dame mij bij de hand pakte en zei: “Als je mij
volgt wijs ik je de weg.” En ik zei “Nee, ik ben niet klaar.”
Maar zij was het sterkst.”
De actie in Alta wordt een keerpunt. De
razernij groeit in haar. Ze ziet welk een onderdrukking de Samen
hebben moeten verdragen. Waar de religie van het natuurvolk verboden
werd en de joik werd bestempeld als het werk van de duivel. Ze wijst
erop dat het christenen waren die met de duivel, de alcohol en het
enorme schuldgevoel kwamen. Mari begon te schrijven en met zichzelf
in het reine te komen.
“Het was een tijd dat ik dacht dat
het vooruit ging met de Samische zaak. Ik heb me zo vergist. Zoveel
mooie woorden, maar ik geloof niet dat Noorwegen helemaal heeft
erkend hoe de kolonisering de Samische cultuur heeft beschadigd.
Noorwegen doet zich voor als de beste van de klas. Ik begrijp dat ik
soms een nachtmerrie in dat mooie plaatje was. Maar op de lange
termijn wordt het vermoeiend om de kwaaie pier te zijn, die boze
Boine. Nu mogen anderen kwaad worden. Het is genoeg geweest.”
Wat doet het meest zeer? “De
onverschilligheid. Veel mensen in Lapland hebben geen les gehad in
hun eigen taal, er is zo veel historie, zo'n rijke taal die bezig is
te verdwijnen. Er zijn schrijvers, maar er is geen geld om boeken uit te
geven. Dat is verschrikkelijk triest. Eigenlijk zou ik op de Karl
Johanstraat moeten gaan staan schreeuwen. Maar ik heb geen zin, want
ik twijfel of dat zin heeft.”
Heb je erin berust? “Op vele
manieren. Maar ik weet dat ik elke keer als ik een CD uitgeef of
concerten houd bezig ben de taal levend te houden. Eigenlijk wil ik
alleen met muziek bezig zijn, maar ik kan niet zomaar rondlopen en
een diva zijn, zelfs al zou dat het makkelijkst zijn. Ik heb een
geweten. Ik heb kinderen waarvan ik wil wil dat ze deze erfenis
krijgen. Het zou onnodig moeten zijn om te vechten. Men zou gewoon
zijn eigen taal moeten kunnen gebruiken. Dit land is ontzettend rijk.
Nu zijn ze hier bij ons weer begonnen met het boren naar olie en gas.
Kunnen ze niet een paar procent gebruiken om goed te maken wat ze
deden? Wat ze kapot maakten? Zoals ze in Canada doen.”
Ze hapt naar adem en kookt nu weer.
“Eerst is men kapotgemaakt, toen heeft men het hoofd gebogen en dan
zou men nog in 2006 door moeten gaan om te bedelen en te vragen. Ik
word razend. Maar ik heb geen zin meer. Ik heb zoveel krachten
gebruikt. Ik hoop alleen niet slechts zo'n artiest voor de
gezelligheid te worden.”
Met een rechte rug loopt ze weg. De
strijkers die hier altijd spelen volgen haar de deur uit. De machtige
heren in de Noorse samenleving zien haar nauwelijks, deze kleine
dame, terwijl ze het café uit wandelt en Oslo in loopt. Ze
woont hier nu. In de grootste Samische gemeente van Noorwegen. “Ik
ben zelfs van Oslo gaan houden. Dat heeft 14 jaar geduurd. Ik ben gek
op Grünerløkka. Dat doet me aan Parijs denken.”
Mari Boine woonde drie jaar in Parijs,
in het Arabische gedeelte. Haar tweede man, de Senegalese Moustapha
Blondin, voerde haar hierheen. Mari ontmoette de gitarist Blondin in
Senegal. Ze nam les in Afrikaans drummen en dansen toen hij
plotseling voor haar stond. Ze trouwden in 1998. Ze was toen acht
jaar alleen geweest. In 2002 scheidde ze van hem en vertrok uit
Parijs. Het was te veel drukte.
Het jaar daarna kreeg Mari Boine de
muziekprijs van de Noordse Raad. In de zaal van het Parlement kon ze
een cheque van 350.000 Deense Kronen in ontvangst nemen. De jury gaf
de volgende reden: “Een etnische institutie, een kunstzinnige
kracht en een talent om te bemiddelen die alle mensen ter wereld
bereikt.”
Boine wilde zich niet alleen met een
nederig bedankje betuigen. “Ik was een volgzaam resultaat van de
hersenspoeling die je meemaakt als je gekoloniseerd wordt. Ik was een
half mens met een Noors uiterlijk en vol zelfhaat van binnen”, zei
ze destijds in een interview. Toen verklaarde ze dat ze een
rivierboot voor het prijzengeld wilde kopen. Ze wilde op zalm gaan
vissen in de Anarjohkarivier. Bovendien wilde ze haar zonen mee naar
Brazilië nemen als een soort terugbetaling, want ze vond dat ze
dat haar zonen Lasse en Per Erland verschuldigd was, omdat ze er zo
weinig was toen ze klein waren. “Maar het was erg belangrijk voor
mij om die erkenning te krijgen”, zegt ze nu.
Vorig jaar werd Mari Boine in een adem
genoemd met koning Haakon 7, koning Olav en Gro Harlem Brundtland. En
Einar Gerhardsen, Erik Bye, Christian Michelsen, Kim Friele en
Fridtjof Nansen. Boine was een van de tien finalisten om Noor van de
Eeuw te worden. “Dat was vreemd. Ik moest er om lachen. Maar het
was leuk om in gezelschap van koningen en hoge heren te zijn. Ik kan
niet klagen. Maar soms is het zo dat Mari Boine een alibi wordt. Als
we Mari Boine maar hebben, laten we het Samische zien.”
Tijdens de opening van de Olympische
Spelen in Lillehammer weigerde ze om het Samische culturele alibi te
zijn. Ze wilde geen exotische versiering voor het evenement zijn. Ze
zegt dat ze nooit een volledig ambassadeur voor Noorwegen kan zijn.
“Ik heb immers niet dezelfde loyaliteit die Noren hebben. Ik ben
nooit loyaal tegenover autoriteiten geweest, zelfs niet de Samische.
Ik zal een zelfstandig denkend mens blijven tot ik onder de aarde kom
te liggen.”
Vanaf het podium brengt Mari haar schorre
tonen, totdat ze explodeert in door verdriet gekwelde, schreeuwende
geluiden. “Als iemand mij iets misgunt is dat het kunnen zingen.
Met je stem kunnen vliegen. En ik weet dat er een helende kracht in
deze muziek zit. Ik herinner me de in pakken geklede mannen bij de
spelen in Harstad die naar me toe kwamen. “Ik begrijp er geen woord
van, maar er is iets wat me van binnen ontroert.” Dat is het
oerritme dat we allemaal in ons hebben.”
In twee van de liedjes op de nieuwe CD
heeft ze een taal gebruikt die eigenlijk niet bestaat. “Ik heb het
geïmproviseerd. Ik zou het nooit tegen iemand gebruiken. Maar
het is een ongelooflijk mooie taal. Misschien komt er op een dag ooit
iemand die zegt “Dat betekent dit en dat”. Ik heb erg veel
respons gehad, vooral op dit lied. Het gaat erover om los te laten
wat staat te wachten, zonder te censureren.”
Staat er veel te wachten? “Heel veel.
Hoe zegt men dat in het Samisch? Go aiggit divvet. Als de tijd rijp
is. Voortdurend zoek ik naar woorden van de ouderen. Zoals in de
titelsong Idjagiedas. Als je wilt dat iemand blijft overnachten dan
zeg je dat. “Wil je werkelijk aan de hand van de nacht?” Het is
een metaforische betekenis voor zich naar het onderbewuste begeven.
Dat wat daar binnen zit is veel slimmer dan wat op het hoofd
gebaseerd is.”
Het is lang geleden dat Mari Boine de
christelijke God de rug toekeerde. Nu bidt ze alleen tot de god van
de zon, de wind en de donder. “Ik kom uit een sjamaanse cultuur.
Over de hele wereld bestempeld als duivels. Dus dit is eigenlijk wat
het dichtst bij het kloppen van het hart ligt.”
“In Lapland ben ik vaak samen met een
oudere dame. Ik woon bij haar als ik terugkom. Mijn reservemoeder, de
moeder van de beste vriendin uit mijn jeugd. Ik ben daar 's zomers.
En bij mijn oom en jaag dan in de herfst op elanden. Ik kreeg laatst
gedroogd elandenvlees en bosbessen mee. Ik ken deze wereld nu, maar
ik vind het heerlijk om het laatste binnen te gaan dat nog natuurlijk
is.”
Ze kan urenlang in haar favoriete
rivier staan te vissen. “Mijn zoon vroeg me onlangs hoeveel vis ik
had gevangen. “Twee kleine zalmen”, zei ik. “Hemeltje, je hebt
jaren staan vissen!” Maar alleen al het mogen zitten aan de rivier.
Het licht dat daar is. Dat neem ik in me op en vorm alles om tot
muziek.
Goed dat ik alleen maar getekend wordt
en niet gefotografeerd. Men is zo druk bezig met hoe men eruit ziet.
Alles moet precies zijn.” Je zegt dat terwijl je een modeprinses
genoemd bent. “Wel, ik ben zeer ijdel, maar ik heb niet het
kledingbudget van Mette-Marit. Na de bruiloft heb ik leuke
kerstkaarten gehad van de hele familie.” Koningen en prinsessen
werden tot tranen geroerd toen Mari “Mitt hjerte alltid vanker”
zong, door joik geïnspireerd tijdens de koninklijke bruiloft. Ze
was in feestelijke Samische klederdracht gekleed, ze stond daar voor
het altaar. “In Noorwegen betekende dat erg veel voor mij. Toen
voelde ik pas dat de mensen mij werkelijk opmerkten. Ik hield van de
manier waarop die twee vochten voor de liefde. Ik heb gevoel voor
mensen die daarvoor durven kiezen.”
Mari Boine heeft vele tranen geplengd
op haar weg. Ze huilt niet meer. “Om te doen wat ik doen moet, leg
ik een schil om me heen. Het is akelig dat je dat zo stevig moet doen
dat je bijna niets voelt. Mensen zeggen dat het zo lang duurt tussen
het uitbrengen van CD's van mij, maar ik moet ook gaan zitten en
voelen wie ik ben in het geheel. Vroeger, in een ander leven, was ik
een keurige, fatsoenlijke huisvrouw. Toen kwam de muziek en gooide
voor mij alles overhoop.”
“Ik droom voortdurend om komiek te
zijn. Maar het liefst, het allerliefst droom ik over het zitten bij
de zee, in de maneschijn, in een warm land en mijn boek schrijven. En
dan zal ik zingen tot ik sterf. Maar ik wil niet sterven voordat ik
doodga. Ik wil niet nep zijn.”
Bron