| |


Home
 |
De acht Samische jaargetijden

De
Samen hebben het jaar traditioneel ingedeeld in acht jaargetijden, in
tegenstelling tot de tijdsberekening van westerse landen in twee of
vier jaargetijden. Het begrip van tijd van de Samen volgt de
veranderingen in de natuur. De jaargetijden zijn als volgt ingedeeld:
winter, lentewinter, lente, lentezomer, zomer, herfstzomer, herfst en
donkere tijd. Alle seizoenen bieden verschillende mogelijkheden tot
activiteiten. Er zijn mogelijkheden om te skiën, wandelen,
walvissafari en nog allerlei andere belevenissen het gehele jaar
door. Je kunt een sledetocht met rendieren maken of vissen in
rivieren en in de zee.
Lentewinter
(maart – april)
De
lentewinter is een erg mooie tijd om Lapland te leren kennen. Schone
sneeuw, frisse lucht en zonneschijn lokken om een uitstapje in de
prachtige natuur te maken. Of je kunt de verscheidene Samische
festivals leren kennen die jaarlijks georganiseerd worden met
kleurrijke mensen en klederdrachten.
Lente
(mei – juni)
De
natuur ontwaakt na een lange winter onder een sneeuwdek. De sneeuw
smelt, de rendieren kalveren en de rendieren vertrekken naar de
zomerweiden in de omgeving van de kust. In deze periode kun je tot
ver in mei skiën, op sommige plaatsen zelfs in juni.
Lentezomer
(juni)
Midden
juni begint de periode met de middernachtzon. Dan gaat de zon niet
onder de horizon. De bergmeren zijn rond 21 juni ijsvrij. De lucht
begint warmer te worden met de geur van de schone natuur. Het begint
groen te worden en de knoppen ontluiken.
Zomer
(juli – augustus)
De
zomer begint pas na 21 juni, de tijd dat de zon zich weer naar
donkerder tijden wendt. De middernachtzon duurt tot half juli,
afhankelijk van hoe ver noordelijk men zich bevindt. Deze periode is
het best om te zalmvissen. Je kunt ook wandelen in de bergen of een
kanotocht maken.
Herfstzomer
(augustus)
Na
de eerste koude nachten zijn we bij de herfstzomer gekomen. De
avonden beginnen donkerder te worden en de lucht wordt overdag
merkbaar kouder.
Herfst
(september – oktober)
Na
de eerste nachten met vorst zijn we bij de herfst. De natuur begint
zich weer op de winter voor te bereiden. Voor de winter kleedt de
natuur zich met een prachtig kleed van glinsterende kleuren.
Donkere
tijd (november)
De
blaadjes vallen en de natuur verwacht sneeuw op het land. Tegelijk
worden de dagen korter en het weer kouder. Ook overdag komt de vorst.
In november begint de donkere tijd. Dit is de tijd dat de zon achter
de horizon verdwijnt om zich niet meer voor half januari te laten
zien.
Winter
(december – maart)
Overdag
laat de natuur zich zien met parelmoeren wolken en 's nachts als
noorderlicht. Het is donker en koud (tot soms – 50°C), maar
in
januari komt de zon terug en worden de dagen weer langer en langer.
Bron
|
|